Werk je als zzp'er voor minder dan 38 euro per uur? Dan verandert er eind dit jaar iets fundamenteels in jouw juridische positie. Op 31 december 2026 treedt het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst in werking, een wet die de bewijslast omdraait zodra je onder die uurtariefgrens zit. Voor opdrachtgevers die veel met freelancers werken, is dit geen kleine administratieve wijziging. Voor jou als zelfstandige is het reden om je contracten en tarieven nog eens goed te bekijken.
Dit verandert er vanaf eind dit jaar
De wet is niet nieuw verzonnen beleid uit het niets. Zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel al aangenomen, met een basisbedrag van 36 euro per uur per 1 januari 2026. Omdat dat bedrag jaarlijks meestijgt met het wettelijk minimumloon, komt de praktische grens uit op ongeveer 38 euro. Werk je structureel onder die grens, dan geldt het wettelijk vermoeden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, ook al noemen jij en je opdrachtgever het gewoon een zzp-opdracht.
Belangrijk detail: werken onder de 38 euro blijft toegestaan. Er komt geen verbod en geen boete voor het tarief zelf. Wat wél verandert, is de bewijslast. Roep jij je op het rechtsvermoeden, dan moet de opdrachtgever aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat, in plaats van dat jij moet bewijzen dat je eigenlijk werknemer bent.
Waarom een laag uurtarief opeens telt als bewijs
Rechters kijken bij de vraag "zzp of werknemer" al langer naar meer dan alleen de titel op de factuur: gezag, vrijheid om werk te weigeren, wie het gereedschap levert. Het uurtarief werd tot nu toe zelden als doorslaggevend punt gebruikt. Met deze wet krijgt het tarief voor het eerst een concrete, harde grens die als startpunt dient voor de discussie. Werk je boven de 38 euro, dan verandert er in de praktijk weinig. Werk je eronder én lijkt je situatie op een dienstverband, met vaste werktijden, één opdrachtgever en weinig eigen regie, dan sta je vanaf 31 december aanzienlijk sterker als je alsnog aanspraak wilt maken op rechten zoals loondoorbetaling bij ziekte of ontslagbescherming.
Deze wet staat niet op zichzelf. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst ook actief op schijnzelfstandigheid via de Wet DBA. Vanaf 2026 kan de fiscus zelfs vergrijpboetes opleggen aan opdrachtgevers, tot 100 procent van de naheffing, als opzet of grove schuld aantoonbaar is. Verzuimboetes voor eenvoudige fouten blijven voorlopig nog achterwege, maar de richting is duidelijk: de vrijblijvendheid rond zzp-constructies met een laag tarief neemt snel af.
Wat opdrachtgevers nu al merken
Grote bureaus en bedrijven die veel freelancers inhuren, zijn al bezig hun tarievenbeleid aan te passen. Sommige opdrachtgevers verhogen structureel lage uurtarieven naar boven de 38 euro, simpelweg om discussies achteraf te voorkomen. Anderen kiezen ervoor om zzp'ers met een laag tarief helemaal niet meer in te huren en die opdrachten via een uitzendbureau of op de loonlijst te zetten. Voor jou als zelfstandige kan dat twee kanten op werken: het kan je onderhandelingspositie versterken, maar het kan ook betekenen dat opdrachtgevers voorzichtiger worden met opdrachten onder die grens.
Dit raakt vooral zzp'ers in sectoren waar lage tarieven gangbaar zijn, zoals sommige creatieve beroepen, bezorging en eenvoudige administratieve klussen. Werk je als consultant, ontwikkelaar of specialist ruim boven de 38 euro, dan is de impact voor jou waarschijnlijk beperkt. Zit je aan de onderkant van de markt, dan is dit het moment om je positionering te heroverwegen.
Zo weet je of jij risico loopt
Reken eerst gewoon je eigen uurtarief uit, inclusief eventuele reistijd en administratie die je onbetaald voor een opdrachtgever verricht. Zit je structureel onder de 38 euro, kijk dan kritisch naar de rest van je werksituatie:
- Werk je voor één vaste opdrachtgever, of heb je meerdere klanten door het jaar heen?
- Bepaal jij zelf wanneer en hoe je werkt, of krijg je vaste werktijden en instructies?
- Gebruik je eigen materiaal en software, of werk je met de apparatuur van de opdrachtgever?
- Kun je een opdracht weigeren zonder gevolgen, of is dat in de praktijk ondenkbaar?
Hoe meer van deze punten wijzen richting een dienstverband, hoe groter de kans dat het rechtsvermoeden straks in jouw voordeel werkt als je daar gebruik van wilt maken. Dat je zelfstandigenaftrek dit jaar opnieuw is verlaagd maakt de financiële afweging tussen zzp'en en in loondienst gaan voor veel starters toch al lastiger, en deze wet voegt daar een juridische dimensie aan toe.
Wat je deze maand nog kunt doen
Wacht niet tot 31 december om je situatie op orde te brengen. Bekijk je lopende contracten en vraag jezelf af of je tarief realistisch is voor de mate van zelfstandigheid die je hebt. Werk je structureel onder de 38 euro met veel gezag van een opdrachtgever, overweeg dan of een tariefsverhoging, meer klanten of juist een overstap naar loondienst beter bij je situatie past. Twijfel je over financiering om je bedrijf breder te positioneren zodat je minder afhankelijk wordt van één laagbetalende opdrachtgever, dan is het nuttig om te weten wat bedrijfskrediet precies inhoudt en welke opties daarbij passen.
Voor starters die net beginnen als zelfstandige is dit ook een goed moment om verder te kijken dan alleen het uurtarief. Wie zich alleen op de laagste prijs profileert, loopt straks tegen deze grens aan. Praktische groeimethoden voor een startende onderneming helpen je juist om je waarde te verhogen in plaats van op prijs te concurreren. De wet is bedoeld om de zwakste zzp'ers te beschermen, maar de beste bescherming blijft nog altijd een tarief en een positionering waarmee die discussie helemaal niet opgaat.