Besparen

Waar je tankt scheelt nu meer dan wanneer je tankt

· 5 min leestijd

Als je deze maand hebt getankt, voelde dat waarschijnlijk extra vervelend. Op 16 september tikte de adviesprijs voor Euro95 een nieuw record aan van 2,726 euro per liter, en een week later stond de teller nog steeds boven de 2,70 euro. De oorzaak ligt ver van de Nederlandse snelweg: onrust rond de Straat van Hormuz en een tijdelijk gesloten Saudische pijpleiding duwden de olieprijs omhoog, en dat voel je meteen bij de pomp. Aan die wereldpolitiek verander je niets, maar waar en wanneer je tankt, en hoe je rijdt, bepalen samen wel een verrassend groot deel van je brandstofrekening.

Waarom de prijs nu zo hoog staat

De stijging van de afgelopen weken komt niet uit het niets. Volgens NOS verhoogden grote aanbieders de adviesprijs telkens verder nadat de spanning tussen de Verenigde Staten en Iran opliep. Een aanval op een Saudische pijpleiding zorgde begin deze maand voor een extra tik, omdat een deel van de olietransporten daardoor omgeleid moest worden. Brent-olie noteert intussen rond de 97 dollar per vat, en analisten sluiten verdere stijgingen niet uit. Daar komt bij dat vanaf 2028 ook de accijns en het Europese emissiehandelssysteem ETS2 de prijs verder kunnen opdrijven, met naar verwachting nog eens zo'n 13 cent per liter erbij. Voor jou als automobilist betekent dit vooral: reken erop dat de prijs de komende maanden grillig blijft, en bouw je bespaargedrag daarop in plaats van te wachten tot het vanzelf weer goedkoper wordt.

Het tankstation maakt meer verschil dan de dag

De grootste winst haal je niet uit minder rijden, maar uit slimmer kiezen waar je stopt. Tussen tankstations onderling kan het prijsverschil oplopen tot 20 à 30 cent per liter, en dat is op een volle tank van 50 liter al gauw tien euro. Pompstations direct langs de snelweg rekenen vrijwel altijd de volle adviesprijs, terwijl je bij de eerstvolgende afslag vaak al fors goedkoper tankt. Onbemande ketens zoals Tango, TinQ en Tamoil zitten doorgaans 10 tot 15 cent onder een bemand merkstation, simpelweg omdat je daar geen personeel en poetsservice betaalt. Een prijzenapp checken voor je van huis vertrekt kost dertig seconden en scheelt op jaarbasis al snel een paar tientallen euro's, net zoals het kritisch doorlichten van je vaste abonnementen dat doet.

Wanneer grenstanken wel loont

Woon je in de buurt van België of Duitsland, dan kan grenstanken 15 tot 25 cent per liter schelen. Dat klinkt aanlokkelijk, maar reken eerst uit of het ook echt iets oplevert. Wie tientallen kilometers moet omrijden voor een tankbeurt, betaalt dat verschil deels terug in extra brandstof en verloren tijd. Als je toch al richting de grens rijdt, bijvoorbeeld voor werk of familiebezoek, is even tanken onderweg vrijwel altijd voordelig. Ga je er speciaal voor op pad, dan is de besparing vaak kleiner dan hij op papier lijkt. Dezelfde rekensom geldt trouwens voor je boodschappen over de grens halen: het loont alleen als de rit toch al gepland stond.

Bandenspanning en rijstijl leveren structureel geld op

Terwijl je op zoek bent naar het goedkoopste tankstation, laten veel automobilisten een makkelijkere besparing liggen: de bandenspanning. Onderzoek van bandenspecialist Profile laat zien dat 76 procent van de Nederlandse auto's rondrijdt met een te lage bandenspanning, wat de rolweerstand verhoogt en het verbruik met 3 tot 5 procent kan opdrijven. Een controle bij het tankstation kost twee minuten en is gratis. Daarnaast helpt een rustige rijstijl: de ANWB adviseert om zo min mogelijk te remmen en op te trekken, op tijd op te schakelen en een gelijkmatige snelheid aan te houden. Met die aanpassingen is een besparing van 5 tot 10 procent op je brandstofverbruik haalbaar, zonder dat je merkbaar langzamer op je bestemming aankomt. Korte ritjes zijn overigens relatief onzuinig, omdat een koude motor meer brandstof verbruikt. Combineer boodschappen en andere korte klusjes in één rit en je motor komt vaker op temperatuur voor je hem weer uitzet.

Dit leveren een paar gewoontes je deze maand op

Stel dat je 50 liter per maand tankt: een onbemand station kiezen in plaats van een merkstation langs de snelweg scheelt dan al snel 7,50 euro, de juiste bandenspanning nog eens een paar euro aan verbruik, en een rustigere rijstijl kan daar nog een vergelijkbaar bedrag bovenop leggen. Bij elkaar tikt dat aan tot een besparing van 15 tot 20 euro per maand, zonder dat je een kilometer minder rijdt. Klein bedrag op zich, maar het past in een breder patroon: net als bij je energierekening zit de winst vaak niet in grote offers, maar in structureel iets slimmer omgaan met kosten die je zelf niet kunt vaststellen. De olieprijs bepaal jij niet, maar waar je stopt en hoe je optrekt, dat wel.

Wie het echt structureel wil aanpakken, doet er goed aan om deze gewoontes te herhalen bij elke tankbeurt in plaats van ze na een paar weken weer te laten verwateren. Zet bijvoorbeeld één vaste dag in de maand waarop je de bandenspanning controleert, koppel dat aan een boodschappenrit zodat je er geen extra moment voor hoeft vrij te maken, en laat je navigatie standaard een onbemand station voorstellen in plaats van het dichtstbijzijnde. Zulke kleine routines kosten weinig moeite, maar zorgen er wel voor dat je niet elke keer opnieuw de rekensom hoeft te maken zodra de prijs bij de pomp weer een sprong maakt.

C
Geschreven door Carmen Alonso Budget & Bespaarcoach

Carmen verhuisde twaalf jaar geleden van Spanje naar Nederland en was verbijsterd over de complexiteit van het Nederlandse belasting- en toeslagensysteem. Die frustratie zette ze om in een missie om financiele zaken begrijpelijk te maken voor iedereen, ook als Nederlands niet je moedertaal is. Ze schrijft over besparen, bijverdienen en schuldenmanagement met een warmte en directheid die haar lezers waarderen. Carmen heeft een spreadsheet voor werkelijk alles in haar leven, van boodschappen tot vakanties. Ze vindt dat goed met geld omgaan geen talent is maar een vaardigheid die iedereen kan leren.